Op 4 juni koos de vakjury van de BNA voor het eerst in jaren unaniem een winnaar. Geen discussie, geen compromis, gewoon een gebouw waar iedereen het meteen over eens was. Het gaat om SAWA, een woontoren van hout aan de Lloydkade in Rotterdam, die nu officieel het Beste Gebouw van het Jaar 2026 is. Wie in de Architectuur-hoek van dit blog het stuk over de acht genomineerden voor deze prijs heeft gelezen, weet dat SAWA toen al favoriet leek. Nu is het zeker.
De prijs volgt op het Nationaal Holocaustmuseum, dat vorig jaar won, een gebouw met een heel andere opdracht en een heel ander budget. Dat de jury dit jaar uitkomt bij een woontoren voor gewone Rotterdammers, zegt iets over waar de architectuurwereld nu naar kijkt: niet alleen naar iconische publieke gebouwen, maar naar hoe we straks massaal gaan wonen.
Wat SAWA anders maakt dan een gewone nieuwbouwtoren
SAWA staat in het Lloydkwartier, op een steenworp afstand van de Nieuwe Maas. Het gebouw is 50 meter hoog en telt 109 appartementen: 39 koopwoningen, 50 in middenhuur en 20 in de vrije sector, aangevuld met horeca en een maatschappelijke voorziening op de begane grond. Ontwikkelaars NICE Developers en ERA Contour namen het initiatief, Mei architects and planners tekende het ontwerp. De getrapte vorm van het gebouw is niet toevallig: architect Mei liet zich inspireren door de terrassen van Aziatische rijstvelden, met een knipoog naar het maritieme verleden van de Lloydpier.
Wat SAWA vooral bijzonder maakt, is dat het geen betonnen kolos met een houten laagje is. Meer dan 90 procent van de hoofdconstructie bestaat uit hout: kruislaagshout (CLT) voor de vloeren, gecombineerd met kolommen en balken van gelamineerd hout. Daarmee is SAWA het eerste grootschalige houten woongebouw van deze hoogte in Rotterdam.
Waarom hout nu de hoofdrol krijgt in de bouw
Hout als constructiemateriaal voor hoogbouw is geen toevallige trend. We schreven eerder al over de opmars van houtbouw onder Nederlandse architecten, en SAWA laat zien waar die ontwikkeling naartoe gaat: niet langer een laag rijtjeshuizen, maar een woontoren van tientallen meters hoog. Kruislaagshout bestaat uit lagen planken die kruislings op elkaar zijn gelijmd, waardoor het net zo stevig wordt als beton, maar aanzienlijk lichter is en veel minder CO2 uitstoot tijdens de productie.
Bij SAWA komt het hout uit duurzame productiebossen in West-Duitsland. Voor elke boom die daarvoor gekapt wordt, planten de bosbeheerders er vier terug. Het gebouw won mede daardoor al eerder de Nationale Houtbouwprijs 2025 en de Rotterdam Architectuurprijs 2026, en staat inmiddels op de cover van het Jaarboek Architectuur in Nederland 2025/2026.
Groen zit ingebouwd, niet als extraatje achteraf
Wat SAWA verder onderscheidt van een gemiddeld appartementencomplex, is hoe natuur letterlijk in het ontwerp is verwerkt. Het gebouw heeft meer dan 600 meter aan vaste plantenbakken met automatische irrigatie, goed voor ruim 3.000 planten, en 140 nestkasten voor vogels en vleermuizen. Dat is geen decoratie op de gevel, maar onderdeel van de constructie zelf. Daarnaast draait SAWA op stadsverwarming en -koeling, aangevuld met zonnepanelen op het dak.
De jury noemde het gebouw in haar oordeel "een serieus en belangrijk experiment op het gebied van houtbouw en ondernemerschap, met voorbeeldwaarde: een keerpunt in de stad." Dat een vakjury zulke stellige taal gebruikt, is opvallend. Architectuurprijzen draaien meestal om nuance en afweging tussen kandidaten met elk hun eigen sterke punten. Bij SAWA was daar kennelijk geen ruimte voor twijfel.
Wat dit betekent voor de rest van Nederland
SAWA staat niet op zichzelf. We schreven eerder over hoe een groeiend deel van onze huizen straks uit een fabriek komt, en houtbouw past precies in die beweging: sneller te bouwen, minder CO2-uitstoot en makkelijker te demonteren dan beton. Rotterdam profileert zich met SAWA nadrukkelijk als proeftuin voor deze aanpak, en andere gemeenten kijken mee. Wie de eerdere lijst van genomineerden voor Beste Gebouw van het Jaar volgde, zag dat houtbouw daar al vaker langskwam, maar nooit eerder won.
Naast SAWA reikte de jury ook de Publieksprijs uit, aan het Schoonhovens College van Geurst & Schulze architecten, en een Eervolle Vermelding aan Station Wildeman van BETA office for architecture and the city. Beide projecten zijn kleiner van schaal, maar volgens de BNA net zo relevant voor hoe Nederland de komende jaren bouwt.
Wat je hiervan meeneemt als je zelf gaat verbouwen of bouwen
Je hoeft geen architect te zijn om iets van SAWA te leren. Steeds meer aannemers en zelfbouwers kiezen inmiddels voor kruislaagshout in plaats van beton of baksteen, juist omdat het lichter is en sneller te verwerken. Overweeg je zelf een aanbouw, garage of zelfs een volledig huis van hout, vraag dan expliciet naar CLT-elementen bij je bouwbedrijf. Ze zijn duurder in aanschaf dan traditionele materialen, maar de bouwtijd ligt vaak een stuk lager, en dat scheelt weer in arbeidskosten.
Er zit ook een woonkwaliteit aan hout die je pas merkt als je er binnenloopt: minder galm, een warmere geur en een ander gevoel van temperatuur dan in een betonnen appartement. Bewoners van eerdere Nederlandse houtbouwprojecten noemen dat vaak als grootste verrassing, meer dan de duurzaamheidscijfers. SAWA bewijst nu dat dit principe ook op een schaal van 109 woningen overeind blijft. Het is geen experiment meer, het is de norm van morgen.