Op het Archimedesplantsoen in Amsterdam-Oost staat sinds dit jaar een gebouw dat niet door een projectontwikkelaar is bedacht, maar door de bewoners zelf. De Nieuwe Meent, een wooncoöperatie met veertig woningen, won deze zomer de publieksprijs van de Amsterdamse Architectuurprijs 2026. Geen toeval: het gebouw laat zien hoe anders een huis eruit kan zien als de mensen die er straks wonen vanaf de eerste schets meebeslissen.
Bewoners als opdrachtgever
Bij De Nieuwe Meent kozen de toekomstige bewoners samen met architectenbureau Time to Access en Office Raumplan hoe hun huis eruit moest zien. Dat klinkt chaotisch, maar het resultaat oogt juist doordacht: een laagbouwdeel en een toren rond een gemeenschappelijke groene binnentuin, waar alle woningen en gedeelde ruimtes op uitkomen. Veertig huizen in totaal, waarvan vijftien zelfstandige sociale huurwoningen en vijf woongroepen. Op de begane grond zit een café en ruimte voor kleine bedrijvigheid, zodat het gebouw ook een ontmoetingsplek voor de buurt wordt.
Dat coöperatieve model is in Nederland nog relatief zeldzaam, maar wint terrein nu de vraag naar betaalbare woningen in de grote steden alleen maar groeit. Wie meer wil weten over hoe woonwensen tegenwoordig het ontwerp sturen, leest ook ons artikel over de opmars van natuursteen in het interieur, waarin dezelfde verschuiving richting persoonlijke keuzes terugkomt.
Energiepositief zonder gasaansluiting
Op één stabiliteitskern na is het hele gebouw opgetrokken uit hout: CLT-vloeren en kolommen en balken van LVL, aangevuld met prefab houtskeletbouw. Door de driedubbele beglazing en de sterk isolerende gevels wekt het complex meer energie op dan het verbruikt. Dat gebeurt via een eigen zonnepark en een bodemenergiesysteem met warmtepompen. Er komt geen gram gas aan te pas.
Dat past bij een trend die je inmiddels op steeds meer bouwplaatsen ziet: hout als constructiemateriaal in plaats van alleen als afwerking. Toch is het niet de houtbouw zelf die De Nieuwe Meent zo bijzonder maakt, het is de combinatie met het collectieve eigenaarschap. De bewoners bepaalden mee over de plattegronden, de materialen en zelfs de gedeelde voorzieningen, iets waar een gewone ontwikkelaar zelden tijd of budget voor vrijmaakt.
Een ontwerpproces dat jaren duurde
Zo'n gebouw ontstaat niet in een paar maanden. De vereniging achter De Nieuwe Meent begon het traject al jaren eerder, met werkgroepen die zich bogen over alles van de gevelkleur tot de indeling van de gemeenschappelijke keuken. Architecten van Time to Access noemden het zelf een codesignproces: bewoners leverden schetsen, prioriteitenlijstjes en zelfs maquettes aan, en het bureau vertaalde die wensen steeds opnieuw naar een werkbaar bouwplan. Waar een gewoon nieuwbouwproject bij de oplevering klaar is, begint bij een coöperatie het echte werk daar juist pas: de bewoners blijven samen verantwoordelijk voor onderhoud, verhuur en de sfeer in het gebouw.
Waarom de vakjury en het publiek het eens waren
De Amsterdamse Architectuurprijs kent normaal gesproken een vakjury en een publieksprijs, en die twee wijzen niet altijd dezelfde kant op. Dit jaar ging de hoofdprijs naar de Universiteitsbibliotheek van de UvA, maar het publiek koos unaniem voor De Nieuwe Meent. Tien projecten stonden genomineerd, waaronder Bakstayn, FARO en de Vrijheid Bajeskwartier, en de tentoonstelling van alle inzendingen was tot en met 30 augustus te zien bij architectuurcentrum Arcam.
Dat het publiek juist voor een woonproject koos, zegt iets over waar mensen op dit moment behoefte aan hebben: niet per se het meest spectaculaire gebouw, maar een plek waar wonen weer betaalbaar en gemeenschappelijk aanvoelt. Voor wie zelf nadenkt over een verbouwing met meer gedeelde ruimte, is ons stuk over de ideale werkkamer een goed vertrekpunt, net als deze inspiratie voor een woonkamer make-over als je zelf iets collectievers wilt creëren in huis.
Wat dit voor de rest van Nederland betekent
Amsterdam telt inmiddels een handvol wooncoöperaties, en De Nieuwe Meent is de derde nieuwbouwcoöperatie van de stad. Andere gemeenten kijken mee: het model biedt een alternatief voor de starre keuze tussen kopen bij een projectontwikkelaar of huren bij een woningcorporatie. Bewoners financieren en beheren hun eigen gebouw, wat de huurprijzen structureel lager houdt dan bij commerciële verhuur.
Voor architecten betekent het een ander soort opdracht. In plaats van één opdrachtgever met een helder programma van eisen, zit je aan tafel met tientallen toekomstige bewoners die allemaal een mening hebben over hun eigen voordeur. Dat proces duurt langer, maar het levert wel een gebouw op dat je aan de buitenkant al kunt aflezen: geen standaard rijtjeswoning, maar een plattegrond die is gegroeid uit echte gesprekken.
Steeds meer steden volgen dit voorbeeld
De vraag is niet meer of wooncoöperaties in Nederland blijven, maar hoe snel het model opschaalt. Met de aanhoudende druk op de woningmarkt en de wens naar meer gemeenschapszin in nieuwbouwwijken, ligt De Nieuwe Meent er niet als uitzondering, maar als voorbeeld voor wat er de komende jaren vaker gaat verschijnen.